Evenals voorgaande jaren was ook dit jaar Jong Pasveer uitgenodigd om de Sinterklaasintocht in Bilgaard muzikaal te begeleiden.
Evenals voorgaande jaren was ook dit jaar Jong Pasveer uitgenodigd om de Sinterklaasintocht in Bilgaard muzikaal te begeleiden.
Op deze koude, gure zaterdag verzamelden de leden zich in wijkgebouw “De Regenboog”, om zich daar om te kleden en voor te bereiden op het optreden. Iedereen kleedde zich extra warm, aangezien de temperaturen winters waren en er een frisse oostenwind waaide.
Na het stemmen en het omkleden was het zover; het optreden kon beginnen. Door de wijk Bilgaard heen liep Jong Pasveer naar de Dokkumer Ee, alwaar Sinterklaas en zijn Pieten met een boot zouden arriveren. Nadat het korps bij de Dokkumer Ee was aangekomen, hadden de leden nog even tijd om zich op te warmen. Met name de voeten, gezichten en handen van de leden hadden het zwaar te verduren in de kou.
Toen Sint en zijn Pieten eenmaal waren gearriveerd met hun boot, namen ze plaats in een open koets met twee paarden ervoor. Jong Pasveer liep vervolgens voorop, door de straten van Bilgaard. Sinterklaas, de Pieten en vele kinderen volgden.
In het vernieuwde winkelcentrum hadden de leden wederom even tijd om op te warmen; Sinterklaas bracht een bezoek aan het winkelcentrum en de vele kinderen die daar aanwezig waren.
Nadat Sinterklaas klaar was met handen schudden en nadat de Pieten vele handen met pepernoten en strooigoed hadden gevuld, ging de hele stoet weer verder.
Vanwege de kou werd er door de organisatie voor gekozen om een iets verkorte route naar het wijkgebouw te nemen.
Ruim anderhalf uur nadat Jong Pasveer uit het wijkgebouw vertrokken was, kwam het korps weer bij “De Regenboog” aan. Terwijl de kinderen uit de wijk Bilgaard in het wijkgebouw Sinterklaas het Sinterklaasfeest gingen vieren, kleedden de Jong Pasveer-leden zich weer om. Iedereen kon daarna nog een drankje drinken in het wijkgebouw. Daarna vertrokken de leden weer richting huis, om zich waarschijnlijk snel bij een warme kachel op te laten warmen.
